Stakeholders | Spraakmakende dorpen: een analyse van partijen en processen rondom De Nieuwe Dorpen
 

Stel je wilt een nieuw dorp realiseren. Wie kom je dan tegen? Wat willen al die partijen?
Wat zijn hun rollen. Wat zijn hun belangen?

Het spelersveld is breed en divers. Zo blijkt uit de analyse.
Zowel op nationaal niveau als op regionaal of lokaal niveau zijn partijen actief.
Binnen het nationale niveau kun je onderscheid maken tussen organisaties die zich vooral richten op het ruimtelijke ordeningsdebat (denk aan het Ruimtelijk Planbureau, Ministeries als VROM en LNV of het Nederlands Instituut voor Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting) en organisaties die collectieve waarden als natuur en cultuur bewaken (denk aan Vereniging Natuurmonumenten, Milieudefensie, Bond Vereniging Heemschut e.a.).

Op het lokale niveau spitst de discussie zich toe op drie soorten partijen: gemeentelijke bestuurders die zich sterk maken voor het oplossen van plaatselijke problemen, diverse (on)georganiseerde burgers zoals middenstanders en agrariërs, die opkomen voor hun eigen belangen en die van collega’s en hoeders van natuur en cultuur die de rechten bewaken van elementen zonder stem.

Een belangrijke overeenkomst tussen alle partijen is dat men het idee van De Nieuwe Dorpen een welkome impuls vindt in de vastgeroeste ruimtelijke ordeningsdiscussie.
Een duidelijk verschil is dat locale spelers De Nieuwe Dorpen als mogelijke oplossing zien voor specifieke sociaal-economische problemen en zich sterk maken voor daadwerkelijke realisering van een nieuw dorp. Terwijl voor veel nationale spelers het idee rondom De Nieuwe Dorpen vooral dient als metafoor. Als voorbeeld om aan te geven ‘het kan ook anders’. En als middel om het ruimtelijk ordeningsdebat meer te laten sprankelen.

Ondanks dat partijen verschillende uitgangspunten hebben en ieder een andere achterban, blijkt dat er in de praktijk zeker mogelijkheden zijn om belangen te combineren. Denk bijvoorbeeld aan het moderniseren van historisch waardevolle terpboerderijen. Deze raken nu bij bedrijfsbeëindiging vaak in verval omdat ze door allerlei wettelijke beperkingen economisch niet interessant zijn. Indien je de boerderijen -met oog voor de historische waarde- mag renoveren en geschikt kunt maken als kantoorruimte, of als kinderopvang, of als woongelegenheid voor een commune of als balletstudio, kun je zowel de boerderij als de terpenstructuur bewaren. En tegelijkertijd ruimte bieden aan interessante initiatieven én de economie van de omgeving versterken.

Daarvoor is wel een nieuw proces nodig. Een traject dat breder kijkt dan alleen ruimtelijke ordening. Waarbij onderhandelen en samenwerken niet in de zijlijn plaatsvinden, maar een volwaardig onderdeel worden van het proces. Waarbij reactieve inspraak plaats maakt voor proactief meewerken. En waarbij niet de overheid, maar partijen met een daadwerkelijk belang al vroeg betrokken worden.

Klik hier voor het complete rapport (PDF, 575 K).

(Om PDF bestanden te kunnen bekijken heeft u de PDF reader nodig. Deze kunt u hier downloaden.)